De voordrachten

Oek de Jong beloofde in zijn uitnodiging al dat deze vijftiende editie van de Dag van de Literatuur weer een ʻgeweldige happeningʼ zou worden en ik denk dat we wel kunnen stellen dat dit helemaal gelukt is! Naast de programmaonderdelen Boek & Film, Poëzie en Cabaret, Muziek & Dans konden de ruim 5000 bezoekers voordrachten, talkshows en interviews van vele aanwezige auteurs bijwonen.

Ik denk dat juist de combinatie van literatuur met verschillende vormen van entertainment dit festival zo aantrekkelijk maakt voor jongvolwassenen. Jonge bekendheden zoals Tim Hofman, Teske de Schepper, de Blonde Jongens en Tim maken het nog interessanter en moderner. Ik vond het dan ook erg leuk dat Teske een aantal van de door Tim gepresenteerde voordrachten aanvulde met haar zang en dat de laatste blokken voordrachten afgewisseld werden met de kleinkunst van de Blonde Jongens en Tim. Dit zorgde voor een fijne variatie van boeiende verhalen en vermakelijke en verfrissende optredens.

Oek de Jong wijdde zijn voordracht aan zijn trots die inmiddels bijna 40 jaar geleden verscheen: Opwaaiende zomerjurken. De kern van dit boek is te beschrijven in een krachtig moment. De wind slaat onder de zomerjurken van de moeder en de buurvrouw, wat hen aan het lachen maakt. Het is een zorgeloos ogenblik dat door Edo, het kind, dat bij de moeder achterop zit, wordt omschreven als toppunt van geluk en vrijheid. In de jubileumeditie van zijn debuut is de Jongs essay De roman als oerschreeuw toegevoegd, met herinneringen aan het ontstaan en de verschijning van het verhaal. De Jongs favoriete thema, intimiteit, komt in zijn boek goed naar voren. Niet zozeer op een seksuele manier, als wel op een persoonlijke. ʻIk ben altijd op zoek naar de intensiteit,ʼ zei Oek. ʻMet een roman wil ik laten zien wat een camera niet kan laten zien. Alles diep onder de oppervlakte, achter de façade, achter die prachtige voorgevel.ʼ

Hierop volgde een aantal liedjes, gezongen door Teske de Schepper. De zangeres begon haar optreden met het nummer ʻVenusʼ. Hierop volgde ʻOpnieuwʼ en ze sloot af met haar nieuwe single ʻOesters en champagneʼ, die de volgende dag werd uitgebracht. Ze vertelde dat ze met dit nummer een grappige twist wilde geven aan het verhaal over een slechte relatie. Door dit verhaal en de titel ʻOpnieuwʼ vroeg ik aan haar welke dingen ze over zou willen doen. Hierop gaf ze het prachtige antwoord dat er alleen maar momenten waren die ze zou willen herbeleven. Verder wilde ze alle jongeren meegeven dat je je passies moet volgen zoals zij dat zelf heeft gedaan, waardoor ze uiteindelijk op 9 maart op het podium stond in de Grote Zaal van de Doelen.

Hierna werd Tjitske Jansen aangekondigd. Zij droeg voor uit haar boeken Koerikoeloem en Het moest maar eens gaan sneeuwen. In een razend tempo en vol humor las ze stukjes voor en gaf hierbij korte, grappige toelichtingen. Ze droeg bijvoorbeeld ʻIk poepte in het badʼ voor. Dit gedicht eindigt met de zin: ʻIk was drie, maar de macht en het genoegen die ik ervoer waren ouder dan drie.ʼ U kunt zich voorstellen dat het publiek dubbel lag. Hierna droeg ze ʻDe idioot op het dakʼ voor. Minstens zo gênant, vond ze zelf.

Ook Ronald Giphart was weer present. Al in 1989, tijdens de eerste Dag van de Literatuur, was hij aanwezig. Ditmaal droeg hij voor uit zijn boek Giph. Tijdens zijn lezing speelde hij goed in op het publiek. Hij maakte niet alleen gebruik van intonatie, maar ook van gekke stemmetjes bij wijze van impersonatie. Hij entertainde het publiek constant en veranderde de laatste zin van het fragment, waarmee hij een mooi en sterk slot vormde: ʻNiet geschoten is altijd mis.ʼ Wat hij ook mee wilde geven, is dat je je nergens iets van aan moet trekken en dat je, in zijn eigen woorden, soms gewoon op je bek moet gaan. Giphart noemt schrijven een fantastisch wapen tegen de wereld. Hij zegt dat je als jong dichtertje moed put uit de wetenschap dat jij heel veel weet van iets waar maar heel weinig mensen iets van weten. Hij vertelt dat schrijven een kick geeft, maar dat het ook organisatie en opofferingen vereist. En een koffer met chippies en lekkere dingen.

De volgende spreekster was Annejet van der Zijl, schrijfster van Sonny Boy. Op dat grote podium, daar voor die enorme zaal, vertelde ze dat ze toch niet zo zenuwachtig was als we misschien zouden denken. Zij is namelijk gevraagd om dit jaar de 4-meilezing te doen. Het thema van de lezing wordt ‘de kracht van een persoonlijk verhaal’. Haar boek geeft die kracht natuurlijk ontzettend mooi weer. Waldy, hoofdpersoon van het boek en de persoon voor wie Annejet het in eerste instantie schreef, zei zijn ouders ermee terug te hebben gekregen. De ouders die waren opgepakt wegens Judenhilfe, die werden getransporteerd naar verschillende gevangenenkampen en die uiteindelijk allebei zijn overleden.

En wat de Blonde Jongens en Tim in verband brengt met literatuur? ʻWe dragen broekjes ter grootte van een boek…ʼ In hun hotpants namen de blonde jongens het publiek mee door talloze film- en theatergenres, van hardstyle tot vechtkunst en van hiphop tot bollywood. Tim hobbelde er rustig achteraan. Ze zijn muzikaal, acrobatisch, energiek en razendsnel. Ze dansten, zongen en speelden op een erg komische manier. Het was echt hilarisch hoe ze daarbij door het publiek liepen en zelfs bij mensen op schoot zaten. Verder was het erg gezellig om gewoon met ze te kletsen. Het waren leuke, spontane en benaderbare mannen en ik denk dat ze een hele mooie afwisseling en toevoeging hebben kunnen vormen van en aan deze geslaagde dag.

De auteurs, de verhalen, de optredens en de gesprekken: al met al vormde het een groot, bruisend, indrukwekkend en vooral heel gezellig geheel. Daarnaast was het ook leerzaam en bemoedigend. Zowel Teske als Giphart zeggen dat je kansen gewoon moet pakken en dat het niet erg is om fouten te maken. Dat is dan ook de boodschap die ik graag meegeef aan iedereen die dit leest.

Deel deze pagina:

Blogs